SOURCE: http://www.standaard.be
24 June 2009

Afghanistan belangrijker dan het lijkt

WAARDE REDACTIE (EGMONT - KONINKLIJK INSTITUUT VOOR INTERNATIONALE BETREKKINGEN) - Op 27 maart 2009 kondigde de Amerikaanse president zijn nieuwe strategie voor Afghanistan aan: 'Al-Qaeda in Pakistan en Afghanistan desorganiseren, ontmantelen en overwinnen en hun terugkeer in een van beide landen voorkomen.' Het gaat er in de eerste plaats om Afghanistan te stabiliseren (de terugkeer van de Taliban aan de macht vermijden en het netwerk van Al-Qaeda vernietigen), niet om het land te democratiseren. De VS zullen hun militaire inzet in Afghanistan daarvoor opdrijven.

Een nieuwe aanpak was nodig. We kunnen zeggen dat de Navo-inspanningen tot op heden grotendeels ineffectief gebleken zijn, om niet te zeggen contraproductief. De hoofdoorzaak van die totale mislukking is het totale gebrek aan een strategie, zowel van de Navo als van de VS. Dat gebrek aan strategie heeft te maken met de grondige verdeeldheid tussen de leden van de Navo over de aard van de missie in Afghanistan. Voor de VS en het VK gaat het over een kwestie van nationale veiligheid. De herinnering aan de aanslagen van 11 september 2001 in New York en Washington, voorbereid vanuit Afghanistan, en van 7 juli 2005 in Londen, voorbereid in Pakistan, is nog zeer levendig en bepaalt het Angelsaksisch beleid. Londen en Washington verkiezen de terroristische bedreiging ginder te bestrijden in plaats van hier.

Voor een groot deel van continentaal Europa, daarentegen, en met name voor België, heeft de militaire aanwezigheid in Afghanistan enkel te maken met de wil om de schijn van trans-Aatlantische solidariteit op te houden. Hoewel in België, Frankrijk, Duitsland en elders in Europa verschillende nauw aan Pakistan en Afghanistan gelieerde terroristische cellen ontmanteld werden, dragen de meeste Europese landen niet meer bij dan het minimum om de geallieerde banbliksems te vermijden. In werkelijkheid zien ze de militaire aanwezigheid in Afghanistan eerder als de oorzaak van radicaal islamistisch terrorisme in Europa dan als de oplossing van dat probleem.

Als we willen vermijden dat de missie in Afghanistan op een absoluut fiasco uitdraait en het einde van de Navo inluidt, moeten de Navo en haar lidstaten dringend twee maatregelen nemen. Enerzijds moeten ze duidelijke prioriteiten stellen en bepalen met wie gevochten en met wie onderhandeld moet worden. Anderzijds moeten ze verzekeren dat die strategie coherent is met de belangen van de Navo en haar leden, want vandaag zien de meeste Europese lidstaten het belang van hun aanwezigheid in Afghanistan niet in.

Tijdens zijn bezoek aan Europa, begin april 2009, verwachtte president Obama van de Europeanen een groter engagement op het terrein.Hoewel de Europeanen zich geëngageerd hebben om 5.000 extra militairen te sturen, gaat het niet om gevechtstroepen. Dit wijst er nogmaals op dat slechts enkele landen bereid zijn te delen in de risico's.

Nochtans hebben de geostrategische uitdagingen in deze traditioneel volatiele regio een directe impact op de belangen van Europa. In de eerste plaats moet onze aanwezigheid niet alleen Afghanistan stabiliseren, maar ook Pakistan, een nucleaire macht met een gespannen relatie met Indië. In de tweede plaats strijden Indië, Rusland, China, de EU en de VS in de regio om de controle over de energiebronnen van de Kaspische Zee en de exportroutes. Ten derde is er de commerciële ontwikkeling van de 'nieuwe zijderoute' van de EU naar China. De verspreiding van drugs vormt een vierde belang. Ten slotte is er de traditionele strijd om de controle over het 'rimland' (van Marokko tot Centraal-Azië).

Er is dan ook in elk land dringend nood aan een debat over de nationale strategische belangen in Afghanistan. De publieke opinie moet aan dat debat kunnen deelnemen - aan de politici, militairen, journalisten en academici om alle mogelijke opties en de daaraan verbonden risico's aan te geven. Als onze veiligheid afhangt van de evolutie van de situatie in Zuid-Azië, zijn we het aan onszelf verplicht om onze inspanningen op te drijven. Als het debat tot de tegengestelde conclusie komt, nl. dat onze ontplooiing onze belangen eerder schaadt dan dient, moeten we onze bondgenoten daarvan op de hoogte brengen en de daaruit passende conclusies trekken.

Thomas Renard
Tanguy Struye de Swielande (UCL-FUCAM-KMS)

(De auteurs schrijven in eigen naam)