Source :
De Standaard
http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=R52D60KJ&subsection=55
30 July 2009
VN-TROEPEN ALLEEN ZULLEN HET GEWELD NIET STOPPEN
Als KRISTOF TITECA, JOOST VAN PUIJENBROEK en KOEN VLASSENROOT de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Yves Leterme (CD&V), één tip mochten geven, ze zouden hem vragen het 'vergeten conflict' met de LRA-rebellen in Uganda, Congo, Sudan en de Centraal-Afrikaanse republiek nog maar eens uit de vergetelheid te halen.
Een paar jaar geleden kon er geen artikel over het conflict in het noorden van Uganda en de rebellenbeweging het Lord's Resistance Army (LRA) geschreven worden, zonder dat de quote van de toenmalige VN-ondercommissaris van humanitaire zaken Jan Egeland erbij werd gehaald, die het conflict beschreef als het 'meest vergeten conflict ter wereld'. Jammer genoeg moet deze quote vandaag opnieuw van onder het stof gehaald worden, en dan wel behoorlijk dringend: nadat de vredesonderhandelingen met het LRA in Juba eind vorig jaar ineengestort zijn, richt de rebellenbeweging in het grensgebied tussen Sudan, Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek een ware ravage aan, waarbij de burgerbevolking het opnieuw zwaar moet ontgelden.
Het conflict lijkt ook vandaag weer vergeten te worden. Er is dan ook dringend gecoördineerde internationale actie nodig, zo niet dreigt een hele regio ten prooi te vallen aan een zoveelste spiraal van geweld.
Even de belangrijkste feiten op een rijtje. Sinds het mislukken van de vredesonderhandelingen zijn, vooral in noorden van Congo, al 1.233 doden gevallen en bijna 240.000 mensen op de vlucht gedreven. Op Kerstmis 2008 werd in dit gebied een kerk aangevallen, waarbij 140 mensen werden gedood. Sindsdien neemt het aantal aanvallen op de burgerbevolking alleen maar toe. Niet alleen worden talloze burgers gedood of verplicht om te vluchten, intussen zijn ook zo'n 1.000 volwassenen en 650 kinderen gekidnapt door de rebellenbeweging.
Lokale ngo's en kerkorganisaties schreeuwen om internationale hulp, die met moeite tot ginder geraakt. De onveiligheid in de regio maakt het de humanitaire organisaties immers zo moeilijk om de vluchtelingen te hulp te komen, dat ze kiezen voor andere, beter bereikbare humanitaire crisissen. Het FARDC, het Congolese leger, beperkt zich tot het beschermen van bepaalde steden, en zelfs dat lukt niet.
De afgelopen twee weken heeft het LRA opnieuw 33 aanvallen uitgevoerd waarbij 26 doden zijn gevallen en 144 mensen zijn ontvoerd. Uit frustratie voor het gebrek aan nationale en internationale tussenkomst heeft de bevolking op 8 juni jongstleden een post van Monuc, de VN-vredesmacht in het gebied, aangevallen. Ook dat heeft hun bosschap niet verkocht gekregen.
Internationale druk is ver te zoeken en van enige internationale of regionale strategie is geen sprake, met desastreuze gevolgen op het terrein. De Monuc beperkt zich tot een 'beschermende aanwezigheid', wat in de praktijk betekent dat de vredesmacht stedelijke centra beschermt, maar niet in gevecht gaat met het LRA, iets wat overgelaten wordt aan het Congolese leger. Dit leger is ongetraind en ongedisciplineerd en laat zich liever door de bevolking beschermen dan dat het de bevolking beschermt. De afgelopen maanden heeft het Congolese leger bewezen op geen enkele manier een antwoord te kunnen bieden op het LRA-probleem. De bevolking is dan ook grotendeels aan haar lot overgelaten.
Het Ugandese leger voerde eerder dit jaar een militaire operatie uit op Congolees grondgebied, maar dat heeft enkel gezorgd voor een versplintering van de operationele eenheden van het LRA en represailles tegen de Congolese bevolking door de rebellen. Deels door deze actie is het gebied dat het LRA onveilig maakt vandaag groter dan ooit. Het beslaat nu een zone van ongeveer 700 bij 250 kilometer.
We kunnen dan ook concluderen dat elke duurzame strategie om het LRA als regionaal veiligheidsprobleem aan te pakken ontbreekt. Na het ineenstorten van de vredesonderhandelingen lijkt de internationale gemeenschap iedere aandacht voor het LRA verloren te hebben, terwijl deze aandacht meer dan ooit nodig is. België kan hierin alvast een voortrekkersrol spelen, door een initiatief te nemen ter oprichting van een internationale contactgroep die als opdracht krijgt een coherente en internationaal gesteunde strategie te bepalen om dit probleem, dat zich ondertussen over vier landen uitstrekt, aan te pakken.
Onze nieuwe Minister van Buitenlandse Zaken doet er alvast goed aan om ook dit vergeten conflict op de politieke agenda te plaatsen.
Kristof Titeca (Instituut voor Ontwikkelingsbeheer, Universiteit Antwerpen), Joost Van Puijenbroek (IKV Pax Christi Nederland), Koen Vlassenroot (Conflict Research Group, Universiteit Gent).