BRON: De Standaard Online:   "Fort Europa staat in de steigers"
26/11/2003

In het Europese immigratiebeleid ziet Jordi Garcia Martinez één constante: de lidstaten zitten steeds op de harde lijn, terwijl de Commissie en het parlement de migratie economisch en sociaal willen integreren. Die spanning zorgt voor een veel te streng Europa. Maar er is hoop.

De uitvoerige mediabelangstelling voor de recente problemen met vluchtelingen in België heeft het immigratie- en asielbeleid weer in het middelpunt van de belangstelling gebracht. Het zou voor iedereen duidelijk moeten zijn dat de Europese integratie, door de geleidelijke afschaffing van de interne grenzen, een deel van het probleem is en dus ook een deel van de oplossing moet zijn.

Als we naar het huidige Europese debat over het gemeenschappelijke immigratie- en asielbeleid kijken, ontdekken we tot onze verrassing dat de Europese instellingen drie niveaus van ambities tonen in de ontwikkeling van hun beleid. De hoogste ambitie is meestal te vinden in mededelingen van de Europese Commissie. In deze mededelingen, die richtlijnen voor de toekomstige werking van de Unie bevatten, stelt de Commissie nieuwe, gedurfde maatregelen voor om de problemen die uit deze fenomenen voortkomen, op een geïntegreerde manier aan te pakken: ze houden niet alleen rekening met de veiligheidsproblematiek maar ook met sociale en economische aspecten.

Maar dat niveau van ambitie wordt afgezwakt wanneer we naar de concrete wetgevende voorstellen van de Commissie kijken. Daarin is ze terughoudend om haar eigen richtlijnen en principes in de praktijk te brengen. De wetgevende instrumenten die ze bepleit, leggen meer de nadruk op de negatieve aspecten van de migratie dan op integratie en solidariteit. De Commissie rechtvaardigt deze voorzichtige aanpak met het argument dat ze haar voorstellen aanvaardbaar moet maken voor de lidstaten.

En zo bereiken we het laagste niveau van ambitie, dat jammer genoeg overeenkomt met de uiteindelijke wetgevende teksten die -- unaniem -- door de Raad worden goedgekeurd. De Raad vermindert systematisch het bereik en de ambitie van alle maatregelen die de Commissie voorstelt. De regel van de unanimiteit houdt in dat de goedgekeurde maatregelen te vaak slechts de kleinste gemene deler van de nationale wetgevingen bevatten. Meestal zijn ze vooral bedoeld om de migratiestroom te beperken en de toegang tot Europa voor migranten te bemoeilijken. Voor de migranten die hier al zijn, compliceren ze de integratie in de Europese maatschappijen door de toegang tot de arbeidsmarkt en andere essentiële rechten te beperken. We kunnen ons afvragen wat de meerwaarde en het nut van dergelijke verwaterde maatregelen zijn.

Wie is dan verantwoordelijk voor de povere resultaten van het Europese beleid van immigratie en asiel? De schuld ligt vrijwel volledig bij de lidstaten. Zij slagen er niet in hun verschillen te verzoenen om echte gemeenschappelijke regelingen in te voeren. Zij negeren het advies van de Commissie om het immigratiebeleid in het sociale en economische beleid te integreren. Zij houden geen rekening met de aanbevelingen van het Europees Parlement (die niet bindend zijn), die in dezelfde richting gaan als die van de Commissie -- ook zij vragen meer rechten voor economische migranten en asielzoekers. De lidstaten hebben de solidariteit niet vooropgesteld als een essentieel principe in dit domein, vooral niet in de bewaking van hun externe grenzen. En zij lijken niet te beseffen dat de wereld verandert en dat toenemende migratiestromen een onvermijdelijke realiteit geworden zijn, met veel negatieve maar ook veel positieve aspecten.

Toch blijft er hoop voor de toekomst. In mei 2004 zullen de tamelijk obscure bepalingen van het verdrag van Nice over de goedkeuring van maatregelen in het domein van immigratie en asiel van kracht worden. Dit betekent dat veel maatregelen voortaan met een gekwalificeerde meerderheid kunnen worden goedgekeurd. Dat zal op zijn minst op bepaalde vlakken een einde maken aan de minimalistische benadering die tot nu toe de norm is geweest. Maar het zal niet volstaan.

Gelukkig heeft de Europese Conventie in haar ontwerp van een Europese grondwet (dat nu in de intergouvernementele conferentie door de lidstaten wordt besproken) nieuwe ideeën aangedragen voor de realisatie van een gemeenschappelijk Europees immigratie- en asielbeleid. De belangrijkste kenmerken zijn de medebeslissing met het Europees Parlement, de stemming over alle maatregelen met een gekwalificeerde meerderheid in de Raad, en een nieuw solidariteitsprincipe dat in het Verdrag zal worden opgenomen. Als deze voorstellen ooit worden aanvaard, zullen ze ongetwijfeld een betere, meer vindingrijke wetgeving in de hand werken die de sociaal-economische aanpak integreert en minder op repressie gericht is.

De kloof tussen beloften en verwezenlijkingen in het immigratie- en asielbeleid kan alleen kleiner worden als de Unie over de middelen beschikt om haar doelstellingen te bereiken. De Commissie heeft hard gewerkt om die middelen te krijgen. De voorstellen van de Europese Conventie gaan in de goede richting. Maar alleen een oprechte, blijvende politieke wil van de lidstaten zal de ontwikkeling mogelijk maken van een gemeenschappelijk Europees immigratie- en asielbeleid dat deze ernstige problemen op een bevredigende manier oplost. Tot nu toe hebben ze de realiteit niet onder ogen gezien.

(De auteur is een onderzoeker van het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen.)

Vertaling Home Office

 
26/11/2003
Jordi Garcia Martinez
©Copyright De Standaard