BRON: De Standaard Online:  Irak en het ei van Columbus
Rik Coolsaet
04/02/2003


ER is iets eigenaardigs aan de hand met de kwestie-Irak. Een grote meerderheid in de publieke opinie, in Europa, in de Verenigde Staten en elders, staat sceptisch tot vijandig tegenover een oorlog, maar uitgerekend van landen die dit standpunt vertolken, wordt gezegd dat zij diplomatiek geïsoleerd zijn.
 

België behoort, samen met Frankrijk en Duitsland, tot het kamp van de weigerachtigen. Zij hebben tijd noch moeite gespaard om een oorlog op de lange baan te schuiven en de VN-inspecteurs in Irak meer tijd te gunnen. Maar hun probleem is dat zij de indruk geven geen duidelijk alternatief te bieden voor een oorlog. En toch is er een alternatieve oplossing. Ze ligt zelfs voor de hand.

Als massavernietigingswapens de reden zijn waarom Irak de oorlog wordt verklaard, waarom dan niet openlijk zeggen dan het alternatief bestaat in een herhaling van het inspectieregime zoals dat gefunctioneerd heeft tussen 1991 en 1998?

In de loop van die zeven jaar hebben de inspecteurs onvergelijkbaar meer nucleaire, biologische en chemische wapens en de infrastructuur hiervoor, vernietigd dan alle militaire operaties, de Golfoorlog inbegrepen.

De voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter verklaarde enkele dagen geleden iets soortgelijks: aangezien er geen echt onmiddellijk gevaar dreigt vanwege Irak, waarom geen duurzaam en uitgebreid inspectieteam opstellen, dat als een permanent orgaan van de Verenigde Naties functioneert, zolang de Veiligheidsraad dat nuttig acht?

Het mandaat van het huidige inspectieregime is veel strenger dan dat van zijn voorganger. De inspectieteams zijn vandaag ook veel zorgvuldiger en neutraler samengesteld dan in de jaren negentig en zijn de ervaringen van toen rijker. Er is dus alle reden om aan te nemen dat wat hun voorgangers konden, zij nog beter kunnen, namelijk wat nog rest aan massavernietigingswapens opsporen en vernietigen, zonder oorlog.

Zo'n permanent inspectieregime biedt nogal wat voordelen. Het grootste voordeel is ongetwijfeld dat we daarmee de ongewenste en de onvoorspelbare gevolgen van een oorlog vermijden. De enige zekerheid aan een oorlog is de begindatum. Vanaf de tweede dag wordt men geconfronteerd met onverwachte gevolgen en ongewenste consequenties.

Het volstaat even te denken aan de Eerste Wereldoorlog, het schoolvoorbeeld van een preventieve oorlog. Die oorlog werd ingezet door Oostenrijk-Hongarije en Duitsland met de bedoeling af te rekenen met het Servisch nationalisme, dat een bedreiging leek voor het Habsburgse rijk. Men verwachtte dat het een korte blitzkrieg zou worden, maar de Grote Oorlog eindigde in de vernietiging van wat overbleef van het Habsburgerrijk en de nederlaag van Duitsland.

Niemand kan voorspellen hoe de geplande oorlog tegen Irak zal aflopen. Een snelle militaire overwinning op het Iraakse leger is mogelijk, misschien zelfs waarschijnlijk. Men kan alleen maar hopen dat Saddam de tijd niet zal gehad hebben om chemische of biologische wapens -- als hij ze zou hebben -- in te zetten tegen de Amerikaanse troepen en de buurlanden. Men kan ook alleen maar hopen dat hij de tijd niet zal hebben om de olieputten in brand te steken, zoals in 1991. Maar dan begint het pas. Onze politiediensten zijn nu al doodsbenauwd voor de mogelijke opflakkering van terreuraanslagen in onze contreien.

De Arabische publieke opinie zal het Amerikaanse militair bewind over Irak -- hoe kort ook -- beschouwen als de eerste stap in de uitbouw van een neo-imperiale perimeter. De kloof tussen 'hen' en 'ons' zal er nog door verdiepen, ook al omdat iedereen vandaag zo bezig is met Irak dat alle andere wereldproblemen die dringend aan een oplossing toe zijn, op de achtergrond zijn gesukkeld.

Tegenover deze onzekerheden en, vooral, de mogelijke risico's van een oorlog in het huidige internationale klimaat, steken de frustraties en de limieten van een permanent inspectieregime gunstig af. Zo'n regime heeft ook andere evidente voordelen, die goed aansluiten bij de traditionele bekommernissen van de Belgische diplomatie en naadloos aansluiten met de publieke opinie. Het versterkt de multilaterale instellingen, in de eerste plaats de Verenigde Naties, in plaats van ze te marginaliseren. Het is conform met het internationaal recht. En om even cynisch te zijn: het kan ook werken, zoals gebleken is tussen 1991 en 1998.

Ten tijde van de Golfoorlog hebben sommige landen, waaronder Duitsland, Frankrijk én België, tot aan de vooravond van het begin van de krijgsverrichtingen getracht een diplomatieke oplossing te forceren. Dat is toen niet gelukt, in de eerste plaats omdat Irak voet bij stuk hield. Stel nu even dat België zijn pelgrimsstaf zou opnemen en, na Berlijn en Parijs gepolst te hebben, samen met deze landen op zoek zou gaan naar medestanders. Zoiets is de Belgische diplomatie op het lijf geschreven: een sterke en voluntaristische bilaterale actie om multilateraal te scoren. De eerste medestanders zullen de overige leden van de Veiligheidsraad zijn, die thans in grote meerderheid een oorlog met zorg tegemoetzien en als het ware zitten te wachten op een alternatieve uitkomst. Vervolgens zijn er de Arabische landen, die stuk voor stuk Saddam wantrouwen en niets liever zouden hebben dan hem permanent onder curatele te plaatsen, maar dan zonder de mogelijke destabiliserende gevolgen van een oorlog. Er is ten slotte ook het ,,andere Amerika'', dat, opiniepeiling na opiniepeiling, sceptisch blijft staan tegenover de eenzijdig militaire Irak-fixatie van de regering-Bush.

Er is geen zee van tijd meer voor zo'n alternatieve oplossing. De zorgvuldig georkestreerd retoriek van het Witte Huis en zijn medestanders zal met de presentatie van Colin Powell woensdag het ,,window of opportunity'' verder afsluiten. Veertig jaar geleden was dat niet anders. Toen John Kennedy door zijn directe medewerkers op het hart werd gedrukt dat alleen een militaire campagne een einde kon maken aan de massavernietigingswapens die de Sovjet-Unie op Cuba had opgesteld, opteerde hij te elfder ure voor een diplomatieke oplossing. Zijn argument? Het past niet dat Amerika een verrassingsaanval zou lanceren tegen een ander land, als duizenden onschuldige burgers daarbij riskeren gedood te worden en de uitkomst hoogst onzeker is. Niet wij zijn veranderd. Amerika is veranderd.

(De auteur is directeur van het departement veiligheid en global governance aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen (KIIB) en doceert internationale politiek aan de Universiteit Gent.)

 

 

©Copyright De Standaard