BRON: Knack Online:  "Arabische samenleving: 'Terrorisme? Ik spreek liever van gewelddadig protest"
Hubert van Humbeek (26/11/2003)

'Terrorisme? Ik spreek liever van gewelddadig protest'

'Mensen in Arabische landen hebben te maken met onrecht en armoede en ze hebben geen enkel politiek kanaal om daar iets aan te doen.' Nader Fergany over de grondoorzaken van het terrorisme. Of: van wanhoop komen problemen.

Het bericht sijpelde langzaam in de conferentiezaal door. In de Turkse stad Istanbul, werd er gefluisterd, waren weer bommen ontploft met de dood van tientallen mensen tot gevolg. In die zaal van het Egmontpaleis in Brussel bogen 250 sprekers en genodigden zich uitgerekend op dat moment over de grondoorzaken van het terrorisme.

De conferentie was georganiseerd door het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen (KIIB), een denktank van het Belgische ministerie van Buitenlandse Zaken onder het voorzitterschap van burggraaf Etienne Davignon. Het instituut leidde jaren een sluimerend bestaan, tot het - ere wie ere toekomt - door minister Louis Michel (MR) werd wakker gekust. Het departement Security & Global Governance van het KIIB wordt sinds goed een jaar geleid door professor Rik Coolsaet. Hij tekende ook voor de organisatie van de conferentie over terrorisme.

Coolsaet verwees in zijn inleiding naar een - zo bleek even later - passende uitspraak van Kofi Annan. 'Hoe groot de emotie, de woede die we voelen ook is,' zei de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, 'het antwoord op terrorisme moet uit ons hoofd komen en niet uit ons hart. We moeten de terroristen bevechten, maar we moeten ook de strijd winnen voor het hart en de ziel van de mensen.' Coolsaet trok er overigens ook de aandacht op dat de indruk dat het terrorisme de grootste bedreiging vormt voor de mensheid, niet noodzakelijk overeenstemt met de waarheid. Het lijkt anders, maar volgens cijfers van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zelf vonden er vorig jaar in de wereld 199 terreuraanslagen plaats. Het laagste aantal in een jaar sinds 1981.

Maar dat is natuurlijk niet echt een antwoord op wat de voorbije weken en maanden toch wordt aangevoeld als een golf van terreur. Het KIIB had ook de Egyptenaar Nader Fergany geïnviteerd om in Brussel mee over het probleem na te denken. Fergany is in Caïro directeur van Al-Mishkat, een onafhankelijk onderzoekscentrum. In de koran is Al-Mishkat een lamp die brandt in een alkoof - symbool voor het licht van god.

Fergany is vooral de belangrijkste auteur van het Arab Human Development Report 2002 van het United Nations Development Program (UNDP), dat bij zijn publicatie voor veel ophef zorgde. Dat rapport was zo spraakmakend, omdat Arabische auteurs daarin voor het eerst zelf zo kritisch naar hun samenlevingen kijken. Volgens het rapport lijdt de Arabische wereld vooral onder drie grote gebreken. Er is een ontstellend gebrek aan vrijheid en respect voor de mensenrechten. Er moet dringend aan de positie van de vrouw in de maatschappij worden gewerkt. En het niveau van kennisverspreiding remt de menselijke ontwikkeling van de hele regio af. Het rapport kwam overigens tot stand onder de impuls van een vrouw: dr. Rima Khalaf Hunaidi, een voormalige vice-premier van Jordanië die nu het regionale kantoor van het UNDP voor de Arabische staten in Amman leidt.

Dat eerste Arab Human Development Report legde het falen van de Arabische samenleving keihard bloot. Maar heeft het concreet iets aan de situatie veranderd? 'Op de domeinen die het rapport behandelt, ging het debat zeker vooruit', zegt Nader Fergany. 'De opmerkingen die we hebben gemaakt, staan nu op de agenda van alle actieve sociale krachten in de hele Arabische wereld. Uit overtuiging? Ik weet het niet. Misschien uit een gevoel van schaamte. Regeringen kunnen moeilijk bekennen dat ze tegen de vrijheid zijn, tegen de gelijkheid van de vrouw of het verspreiden van kennis. Of ze er echt iets aan doen, is nog een an- der verhaal. Ze waren over het alge-meen niet blij met wat daar zwart op wit stond.'

Hebt u aanwijzingen dat het rapport concreet aanleiding gaf tot veranderingen?

NADER FERGANY: Ik durf toch te stellen dat bepaalde ontwikkelingen sinds de publicatie van het rapport ten minste met de aanbevelingen sporen. De situatie van de vrouw is de voorbije twee jaar in verschillende Arabische landen echt opmerkelijk verbeterd. Vrouwen worden nu gemakkelijker in hoge functies benoemd, bij de overheid of in de magistratuur. Sommige landen hebben quota ingesteld om meer vrouwen in het parlement te krijgen. In andere landen mogen ze voor het eerst gaan stemmen, of zich bij verkiezingen kandidaat stellen. In Oman, bijvoorbeeld, gaat de evolutie snel. Er zijn ook landen waar voor het eerst verkiezingen tout court worden gehouden. Er is dus zeker vooruitgang.

Wat doet het UNDP zelf om de conclusies van het rapport ingang te doen vinden?

FERGANY: Dat ene rapport is, om te beginnen, al omgebogen in een reeks van rapporten. Het tweede verscheen twee maanden geleden: het gaat specifiek over de uitbouw van een kennismaatschappij in de Arabische wereld. Het derde wordt volgend jaar gepubliceerd, het vierde staat in de steigers. De tekortkomingen van de Arabische samenleving, die in het eerste rapport werden vastgesteld, worden nu op die manier verder uitgespit. Elk rapport bevat ook concrete aanbevelingen. We willen dat het debat aan de gang blijft. We geloven dat duurzame hervormingen alleen uit een interne dynamiek kunnen voortspruiten. Ze moeten van binnenuit groeien.

Dat is onvermijdelijk een langzame ontwikkeling.

FERGANY: De actieve sociale krachten in de verschillende landen moeten zien hoe ze met de aanbevelingen omspringen. Er staan in de rapporten geen pasklare recepten, die voor alle landen zouden gelden. Ze moeten het allemaal voor zichzelf bekijken, en uitmaken wat ze ermee aankunnen.

De Arabische wereld kent nu ook het fenomeen van de satelliettelevisie. Informatie kan eigenlijk niet meer aan grenzen worden tegengehouden.

FERGANY: Als we het over de verspreiding van kennis hebben, spreken we over meer dan alleen maar informatie. Maar het rapport verwelkomt in ieder geval de golf van nieuwe media die de Arabische landen overspoelt, en satelliettelevisie is er daar één van. Het maakt de ruimte voor debat zoveel groter. De traditionele media, die meestal door de regeringen worden gecontroleerd, worden verplicht om zich aan te passen. De nieuwe media kunnen aan de basis liggen van politieke hervormingen in de hele regio.

Kan die ontwikkeling op termijn een antwoord bieden op het probleem van het terrorisme?

FERGANY: Ik wil eerst zeggen dat de manier waarop het begrip 'terrorisme' in Amerika wordt vertaald, een politieke agenda verbergt. Het terrorisme alleen maar in verband brengen met moslimcultuur of Arabische cultuur is te eenvoudig en niet correct. Dan vraag ik daarnaast ook aandacht voor het zogenaamde staatsterrorisme, het terrorisme van de supermacht. En van iedereen die daaraan meedoet. Vaak in tegenspraak met de grote principes van vrede en rechtvaardigheid, die ze met hun mond allemaal belijden.

Welke zijn, volgens u, dan de grond-oorzaken van het terrorisme?

FERGANY: Burgers in Arabische landen hebben te maken met een soms onverdraaglijk onrecht en met ontberingen, die het gevolg zijn van slecht bestuur op lokaal, regionaal en wereldvlak. Ze beschikken over geen enkel efficiënt politiek kanaal om daar zonder het gebruik van geweld iets aan te doen. Ik praat dat niet goed: ik stel alleen vast. Maar als dat gevoel van wanhoop de bovenhand neemt, is er onmiskenbaar een probleem.

Het gaat, met andere woorden, in de eerste plaats om een gebrek aan zeggenschap, aan democratie?

FERGANY: Ja, maar ik gebruik het woord democratie liever niet. Ik heb het liever over behoorlijk bestuur en slecht bestuur. In de grote liberale democratie, die de Verenigde Staten zijn, worden de rechten van de mens sinds 11 september 2001 voortdurend geschonden. Zeker als het gaat om mensen met een Arabische achtergrond. Ook andere landen hebben de fundamentele vrijheid sindsdien beperkt.

Wat is behoorlijk bestuur?

FERGANY: Dat is een manier om onrechtvaardigheid aan te pakken. Wat jullie 'terrorisme' noemen, omschrijf ik liever als 'gewelddadig protest'. Dat gewelddadig protest wordt ingegeven door onrechtvaardigheid en het gebrek aan politieke middelen om daar iets aan te doen. Behoorlijk bestuur opent de weg om het politieke antwoord te vinden en dient het gewelddadige protest zo van repliek.

Maar wat houdt dat behoorlijk bestuur in?

FERGANY: Mij staat dan een politiek stelsel voor ogen, dat representatief is voor de hele bevolking. Een rechtsstaat met een onafhankelijke magistratuur en instellingen die de vrijheden beschermen. Die dingen bij elkaar, dat heb je zelfs in West-Europa niet overal. Het Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje, bijvoorbeeld, deden mee aan de oorlog tegen Irak, terwijl een grote meerderheid van hun bevolking daar tegen was.

U bent dus niet onder de indruk van de belofte van George W. Bush, dat hij het Midden-Oosten democratie zal brengen?

FERGANY: Bedoelt hij dat wat de Irakezen nu van de Amerikanen krijgen? Dat hoeft dan niet voor mij. De realiteit is dat een rijk en prachtig land is vernield. De verwoesting in Irak is enorm, ook in termen van mensenlevens. Van de prachtige ideeën die werden aangevoerd om de oorlog te rechtvaardigen, blijft niets over. De Amerikanen trokken tegen de wereldgemeenschap in ten oorlog. Wapens voor massavernietiging werden niet gevonden. Nu de hele operatie is mislukt, willen ze dat anderen hen uit het moeras komen trekken en daar nog voor betalen ook. Ik pleit voor een nieuwe architectuur van het supranationale gezag in de wereld. En Europa moet een actievere rol spelen om dat mee vorm te geven.

Hoe zou die nieuwe architectuur er moeten uitzien?

FERGANY: Och, dat zijn altijd weer dezelfde regels, waaraan ook nationale regeringen zich moeten houden. Het belangrijkste is dat er transparante samenlevingen tot stand komen, waarin naar vrede, rechtvaardigheid en welvaart voor iedereen wordt gestreefd. Niet voor enkelen, maar voor iedereen. In termen van de Arabische wereld: niet alleen voor landen die al rijk zijn, of voor de rijken in die landen.

Hebt u de indruk dat de stem van de Arabische wereld in, bijvoorbeeld, de Verenigde Naties voldoende wordt gehoord?

FERGANY: Het is niet alleen de stem van de Arabieren die niet wordt gehoord. Het is de stem van de derde wereld, van de armen. En niet alleen in de Veiligheidsraad, maar ook in gespecialiseerde agentschappen zoals de Wereldhandelsorganisatie. In het Arab Human Development Report 2003, over de uitbouw van een kennismaatschappij, hebben we het daarover. De manier waarop de bescherming van intellectuele rechten is geregeld, dient alleen de belangen van onderzoek en ontwikkeling van grote westerse concerns. Er gaat te weinig geld naar onderzoek van ziekten, die in het arme deel van de wereld ravages aanrichten, zoals malaria en aids. Internationale organisaties die niet om het algemeen belang van de hele planeet bekommerd zijn, hebben eigenlijk geen reden van bestaan.

De toespraak waarmee de premier van Maleisië, Mahathir Mohamed, enkele weken geleden afscheid nam, kreeg veel aandacht omdat er enkele felle anti-joodse passages in voorkwamen. Maar hij sprak ook over het gevoel van vernedering, onderdrukking en hopeloosheid dat de waardigheid van 1,3 miljard moslims aantast. Kent u dat gevoel?

FERGANY: Ik kan alleen maar vaststellen dat landen die anders de mond vol hebben van democratie, accepteren dat delen van de Arabische wereld het slachtoffer zijn van een bezetting. Erger: ze zwijgen in alle talen over de wreedheden die in de bezette Palestijnse gebieden worden begaan. Daar komt nu de bezetting en de verwoesting van Irak bij. De Amerikanen zeggen dat ze succes boeken, terwijl iedereen kan zien dat er alleen maar verliezers zijn. Als gevolg van dat avontuur in Irak bevindt de hele wereld zich nu in een impasse. De VS waren snel om te verwoesten, maar heropbouwen lijkt niet zo eenvoudig.

Maar het verhaal van Mahathir klinkt u niet vreemd in de oren?

FERGANY: Als het over Palestina en Irak gaat, is het belangrijk om te beseffen dat die landen niet los staan van de rest van de Arabische wereld. Jullie schatten de kracht van het pan-Arabische gevoel totaal verkeerd in. Als de Amerikanen Irak binnenvallen, dan snijdt die invasie als een mes door de hele Arabische wereld. Van Mauritanië in West-Afrika tot de staten aan de Perzische Golf. Ook in landen die de Amerikaanse coalitie officieel steunden, waren de bevolkingen zonder uitzondering tegen de invasie gekant. Palestina en Irak staan niet alleen: wat hen overkomt, doet de hele Arabische natie pijn. Als er tegenwoordig in Arabische steden wordt betoogd, dan worden er niet alleen slogans tegen Israël of tegen de invasie van Irak geroepen, maar ook tegen de eigen regeringen omdat die niets doen. De mensen identificeren zich met de Palestijnen en met het drama dat zich in Irak afspeelt.

Dan is het toch gek dat iedere keer als er zich een politieke oplossing voor de Palestijnse kwestie aftekent, een nieuwe bommencampagne daar een eind aan maakt.

FERGANY: Wil je iets aan het terrorisme doen, pak dan de grondoorzaken aan. Aan de basis van alles wat er in Israël en in de Bezette Gebieden gebeurt, ligt de bezetting. De bezetting is het begin van alles. Hoe moeten de Palestijnen over vrede praten, met een Israëlische laars in hun nek? Dit is niet alleen een conflict tussen Israël en de Palestijnen. Dit is een conflict tussen de Arabieren en de zionisten (het zionisme streeft naar een eigen nationale staat voor joden in Palestina, red.). De enige weg naar een fatsoenlijke vrede is een snel einde van de bezetting.

Welke weg uit de impasse in Irak ziet u?

FERGANY: Opnieuw: Irak is meer dan een Iraaks probleem, het is een Arabische zaak. Dat is zelfs niet alleen het geval omdat Arabieren zich het lot van Irak aantrekken. Maar vooral omdat de Amerikaanse regering zelf heeft gezegd dat de invasie van Irak de eerste stap was in een nieuwe 'grand design' van de hele regio. De neoconservatieve elite in de Verenigde Staten wil vanuit Irak de hele regio herbouwen en herverdelen.

Wat is dan de oplossing?

FERGANY: De Amerikanen moeten toegeven dat ze een grote fout hebben gemaakt. Ze moeten erkennen dat de invasie en de bezetting in strijd zijn met artikel één van het volkenrecht: het recht op zelfbeschikking van elke natie. Irak wordt nu bestuurd door een Amerikaanse proconsul. Die is bezig van Irak een sektarische staat te maken. De regeringsraad is louter samengesteld op basis van etnische en religieuze aanhorigheid. Dat is de beste manier om de verdeeldheid van het land in de instellingen te verankeren. Wij zeggen in het Arab Human Development Report 2003 dat de Irakezen zelf de kans moeten krijgen om een nieuw land te bouwen op basis van een systeem van behoorlijk bestuur. Dat wil zeggen dat wij dat land vrij, welvarend en democratisch willen zien.

Wat voelde u toen u hoorde dat de Amerikanen het plan hadden opgevat om uw deel van de wereld in die nieuwe 'grand design' helemaal van aanschijn te laten veranderen - zonder dat daarbij om uw mening werd gevraagd? Ongeloof?

FERGANY: Grote verontwaardiging! De Israëlische krant The Jeruzalem Post verkoos de Amerikaanse vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz tot jood van het jaar. Wolfowitz is de man die het hele Midden-Oosten door elkaar wil schudden. Indien niet goedschiks, dan kwaadschiks. Het lijkt dat een kleine elite in de VS zich tegenwoordig zionistischer opstelt dan veel Israëli's zelf. De Amerikaanse regering is gekaapt door een kleine groep, die de hele wereld naar de rand van de afgrond voert. Die mensen spelen al lang met de gedachte dat Amerika de wereld moet domineren. Lang voor 11 september en de invasie van Irak.

Hoe keek u vanuit Caïro naar de ruzie tussen de Verenigde Staten en een deel van Europa over de oorlog in Irak?

FERGANY: Het leek er even op alsof Frankrijk en Duitsland een meer consistente rol in de wereld wilden gaan spelen. Ze geven er ondertussen weer allebei de voorkeur aan om vriendjes met Washington te zijn, en ze hebben hun kar gekeerd. Dat is jammer. Het zou in het belang van de hele mensheid zijn als Europa een actievere rol zou spelen in het tot stand brengen van een systeem van behoorlijk bestuur op wereldvlak.

Europa moet soms het verwijt horen dat het te veel met zichzelf bezig is. Dat het zich te weinig bekommert om wat er in de wereld gebeurt.

FERGANY: Ik heb daar zelfs begrip voor. We hebben allemaal recht op een bepaalde mate van belangstelling voor onszelf. Het komt erop aan om de juiste maat te vinden tussen dat eigenbelang en het verdedigen van de waarden en idealen die in het verleden toch vooral door Europa zijn uitgedragen. Mensenrechten, menselijke waardigheid, vrijheid en rechtvaardigheid. Europa denkt dat het zwakker is dan de VS. Dat is niet goed, het is zelfs niet in het belang van Europa zelf. De wereld heeft een zelfbewust Europa nodig, dat zijn waarden uitdraagt en verdedigt. Als het dat niet doet, verliest het straks helemaal het recht om anderen met de vinger te wijzen.

Hubert van Humbeeck