| BRON: Knack Online:
"Zo wijd als de wereld" Hubert van Humbeek (26/01/2004) |
26/01/2004 18:39
Terroristische aanslagen, mensenrechtenschendingen en georganiseerde misdaad maken internationale samenwerking meer dan ooit noodzakelijk. Professor Rik Coolsaet zette zijn ideeën over 'global governance' op papier. Ze kunnen de aanzet vormen tot een buitenlandse politiek van deze tijd.
Op 11 september 2001 begrepen veel mensen ineens wat globalisering precies wil zeggen. Een stel Arabische terroristen viel met vliegtuigen het World Trade Center in New York en het Pentagon in Washington aan - gebouwen met veel symboliek. De opdracht om dat te doen, kregen ze van een rijke man uit Saudi-Arabië, die zich op dat moment schuilhield in het onherbergzame grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan.
Ze kregen hun opleiding voor een deel in Duitsland en ze hadden contact met mensen in verschillende andere Europese landen. Hun organisatie, Al-Qaeda, tekende voor en na 11 september voor zware aanslagen in verschillende Oost-Afrikaanse landen en in Indonesië en steunt onder meer moslimrebellen op de Filipijnen.
Het web dat door Al-Qaeda over de hele wereld werd gesponnen, kan nog verder worden uiteengerafeld. De aanslagen waren een aanschouwelijke les in wat globalisering ook kan zijn. Het gaat daarbij niet alleen om geldstromen, die onnaspeurbaar over de wereld flitsen. Of om industriële arbeid die van de eerste naar de derde wereld wordt overgebracht omdat de productie daar nu eenmaal goedkoper is.
Globalisering heeft met economie en veiligheid te maken, maar ook met cultuur en politiek. Het begrip kreeg pas in de loop van de jaren negentig van de vorige eeuw betekenis. In de golf van optimisme, die de wereld na de val van het communisme overspoelde, dacht de internationale diplomatie dat globalisering een bron zou worden van welvaart voor iedereen: niets stond immers nog de verspreiding van goederen en diensten over de hele planeet in de weg.
Maar de internationale gemeenschap kreeg eerst geen vat op bloedige, lokale conflicten, zoals die in Somalië, ex-Joegoslavië en Rwanda. Daarna bleek dat globalisering ook een zaak werd van drugshandel, mensensmokkel en georganiseerde misdaad. Het werkte de verspreiding van infectieziekten in de hand en de verloedering van het milieu.
Omdat die ontwikkelingen zo sterk ingrijpen in het alledaagse leven van de mensen zijn er regels noodzakelijk. Aan een ordening die vat probeert te krijgen op fenomenen, die zich niet door grenzen of afspraken aan banden laten leggen. Er is global governance nodig.
Een vorm van bestuur die boven of naast de natiestaten en de bestaande internationale organisaties staat, of de werking daarvan sterker maakt. De aanslagen van 11 september waren een mooi voorbeeld van hoe een terreurnetwerk de aarde kan omspannen. Maar ze trokken daarna alle aandacht naar een globale strijd tegen die internationale terreur. Ze schoven de andere problemen, die zich als gevolg van de globalisering stellen, naar de achtergrond.
STERKE VERENIGDE NATIES
Toch groeit er langzaam een consensus dat het zo niet verder kan. Het
Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen (KIIB) is een denktank,
die zich op vraag van het departement van Buitenlandse Zaken geregeld over
hangende internationale vraagstukken buigt.
In de schoot van de KIIB is professor Rik Coolsaet van de Universiteit Gent belast met de leiding over de afdeling Security & Global Governance. Midden december stelde Coolsaet in de priorij van Hertoginnedal een tekst voor, die hij samen met zijn research fellow Valérie Arnould schreef op vraag van het KIIB.
De bedoeling was om het denken over global governance nieuw leven in te blazen, om te proberen een rode draad te vinden in wat er rondom ons in de wereld gebeurt. Uiteindelijk zou Global Governance: The Next Frontier de Belgische diplomatie ideeën moeten leveren voor een buitenlandse politiek van deze tijd.
Het uitgangspunt is eenvoudig: als er een internationale gemeenschap bestaat, dan heeft die internationale regels nodig om normaal te functioneren. De beste manier om dat te bereiken, is door de internationale gemeenschap gewoon op dezelfde manier te beschouwen als de nationale. Dat wil zeggen: laat internationaal niet toe wat nationaal ook niet door de beugel zou kunnen.
Een bestuur op wereldvlak werkt dus op dezelfde manier als een bestuur op nationaal vlak. En dat bestuur op wereldvlak moet zich net zo goed bekommeren om goederen die deel uitmaken van het publieke domein. Het internationale publieke domein, wel te verstaan.
Dat zijn de sleutels die Coolsaet hanteert om zijn analyse op te bouwen. Het moet daarbij duidelijk zijn dat global governance op zichzelf niets te maken heeft met de creatie van zoiets als een wereldregering. Global governance gaat uit van de natiestaten en de bestaande internationale instellingen.
Het wil wel hun slagkracht vergroten en hun legitimiteit versterken. Het mag niet verbazen dat Rik Coolsaet de Europese Unie als een voorbeeld naar voren schuift en voor een uitbouw en een versterking van de instellingen van de Verenigde Naties pleit.
Het eerste publieke goed waarover global governance zich moet bekommeren is de stabiliteit en de veiligheid van het systeem zelf. Daarvoor is het nodig dat alle spelers zich aan een aantal basisregels houden. Die hebben te maken met het gebruik van geweld, de proliferatie van wapens voor massavernietiging, de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad.
Een centrale rol is daarbij weggelegd voor de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties - die in ieder geval als enige bevoegd is om zich uit te spreken over militaire acties. Het is daarom, volgens Coolsaet, van het grootste belang dat de samenstelling en de bevoegdheden van de Veiligheidsraad opnieuw worden bekeken.
Een ander publiek goed op wereldvlak heeft vanzelfsprekend te maken met het internationale wettelijke kader, de bescherming van het menselijke leven en de mensenrechten. Er zijn op dat terrein de voorbije jaren belangrijke stappen gezet, met de ad-hoctribunalen voor de schendingen van de mensenrechten gepleegd in ex-Joegoslavië en in Rwanda.
In Den Haag is nu ook het Internationaal Strafhof actief, ondanks het verzet van de Verenigde Staten. Die instellingen moeten worden versterkt, want ze beletten niet dat de mensenrechten nog altijd met voeten worden getreden.
EUROPESE INSPIRATIE
Daarnaast pleit Rik Coolsaet voor een open economie, die oog heeft voor
het arme deel van de wereld. Ongelijkheid vormt, volgens hem, de belangrijkste
bedreiging voor stabiliteit en veiligheid. De vrije markt moet bijdragen tot de
ontwikkeling van de mens en moet iedereen eerlijk behandelen.
Een idee in dat verband kan de oprichting zijn van een soort van sociaal-economische veiligheidsraad. Een forum dat, volgens voormalig gouverneur van de Nationale Bank Fons Verplaetse tijdens de KIIB-bijeenkomst, uitermate geschikt is om menselijkheid in het internationale debat te brengen.
Global Governance: The Next Frontier vindt ook dat er op internationaal vlak naar welvaart moet worden gestreefd. Daarom in de tekst aandacht voor gezondheid, milieu, migratie en arbeidsomstandigheden. De internationale gemeenschap moet ook genoeg vastberadenheid aan de dag leggen om regionale conflicten op te lossen.
Coolsaet denkt daarbij aan Afrika, maar in de eerste plaats aan het Midden-Oosten. Omdat 'geen ander conflict zo nauw verbonden is met gevoelens van frustratie die bij een groot deel van de wereldbevolking leven'. Dat brengt de redenering terug bij 11 september en de gebeurtenissen in Irak, waarmee de cirkel zich sluit.
De tekst van Rik Coolsaet vormt een aanzet. Hij is daarom ook breed van opzet. Een forum van diplomaten, academici, ambtenaren, kabinetsmedewerkers en mensen uit de Noord-Zuidbeweging maakt de komende maanden verder de delicate evenwichtsoefening tussen het gewicht van globale belangen en dat van nationale staten.
Maar in het pleidooi voor een krachtige internationale samenwerking is de hand van de gedreven Coolsaet onmiskenbaar aanwezig. Global Governance: The Next Frontier ademt bij momenten de sfeer van de diplomatie, zoals Louis Michel die in de eerste jaren van zijn ministerschap voerde toen hij misschien te rigoureus de kaart trok van de internationale rechtvaardigheid.
De rol van de supermacht, de Verenigde Staten, komt niet ter sprake. Het genereuze kader dat Coolsaet tekent, is Europees van inspiratie. Maar anders dan het beeld dat neoconservatieve Amerikaanse auteurs, zoals Robert Kagan, doorgaans van de 'softe' Europeanen ophangen, heeft de internationale wereldorde die Coolsaet schetst ook tanden. Die dienen bovendien niet alleen voor de bescherming van de belangen van wie rijk is.
Hubert van Humbeeck