Egmont Institute logo

The European China strategy: the pieces of the puzzle are slowly falling into place

Post thumbnail print

In

China’s EU approach can be summarized as: working together where possible, pushing back where needed.

This article was first published in Knack. Read the full text below in Dutch.

(Photo credit: europeancouncilpresident, Flickr)

*****

Puzzelstukken van de Europese China-strategie vallen langzaam op hun plaats

‘De EU-aanpak van China kan samengevat worden als: samenwerken waar het kan, terugduwen waar het moet’, schrijft Sven Biscop (UGent).

‘Ik stond erbij en ik keer ernaar.’ Dat lijkt vaak al wat Europa kan doen in het licht van de Chinese machtstoename.

Sommigen zijn zo gealarmeerd door de groeiende Chinese invloed dat ze zich alvast beginnen voorbereiden op de Derde Wereldoorlog. Een riskante strategie, want wie er zichzelf van overtuigt dat oorlog onvermijdelijk is, zoekt niet meer naar kansen om de vrede te bewaren. Anderen zijn even fatalistisch, maar tekenen alvast de overgave en organiseren zelf de grote uitverkoop. Alles wordt aan China verkocht, van havens en luchthavens tot electriteitsnetwerken, tot men op een dag vaststelt dat men zijn soevereiniteit gratis mee heeft weggegeven.

Nochtans is een genuanceerde China-strategie mogelijk. Volgens de Europese Unie is China tegelijk een partner voor samenwerking, een onderhandelingspartner, een economische concurrent en een systemische rivaal, afhankelijk van het dossier. De EU heeft een reeks beslissingen genomen om deze visie in concreet beleid te vertalen, op drie niveaus.

Ten eerste versterkt de EU haar thuisbasis, door haar besluitvorming te beschermen tegen ongewettigde beïnvloeding door buitenlandse machten. Een nieuw screeningmechanisme verplicht lidstaten om buitenlandse investeringen in kritische sectoren te melden aan de Europese Commissie, zodat die een advies kan uitbrengen. Dat laat lidstaten die dat willen toe om buitenlandse eigendom in kritische sectoren te beperken. Wie dat verkiest, kan echter verder uitverkoop houden. Daarom zou dit best een volledig verplicht en uniform EU-systeem worden, dat dan ook opgelegd kan worden aan alle kandidaat-lidstaten.

Ten tweede heeft de EU een strategie ter bevordering van haar ‘connectiviteit’ met alle landen van Azië. De bedoeling is niet om de Chinese handel en investeringen te beperken, want de EU heeft natuurlijk zelf een nauwe economische band met China. Doel is wel om de andere landen ervan te overtuigen dat ze er alle belang bij hebben om ook met de EU een diepe handels- en investeringsrelatie uit te bouwen, en dus om een open en transparant economisch systeem te handhaven. Tenzij ze volledig opgezogen willen worden in de Chinese (of, in sommige gevallen, Russische) maalstroom. Net om dat te voorkomen, verschaffen vrijhandelsakkoorden met Japan, Singapore, Vietnam en Zuid-Korea aan deze landen een anker.

Tegenover China zelf, ten slotte, blijft de EU-boodschap dat het mét en niet tégen China wil werken. Maar de EU wil dan wel concrete acties zien om te bewijzen dat China echt bereid is om zich als een partner te gedragen. De EU-aanpak van China kan samengevat worden als: samenwerken waar het kan, terugduwen waar het moet.

Terugduwen is in bepaalde domeinen effectief nodig. In de Zuid-Chinese Zee heeft China basissen gecreëerd en troepen gestationeerd op eilanden (natuurlijke en artificiële) buiten zijn eigen grondgebied. Niet alleen in internationale wateren, maar ook in gebieden die duidelijk tot de soevereiniteit van zijn buurlanden behoren. China heeft deze basissen dan wel niet te vuur en te zwaard veroverd, maar het Chinees leiderschap moet beseffen dat het desondanks nu al een rode lijn overschreden heeft.

Al te veel Europeanen vinden het echter maar al te gemakkelijk om te vergeten dat, hoewel er geen geweld gebruikt werd, het resultaat van de Chinese acties in de Zuid-Chinese Zee toch hetzelfde is als die van de Russische annexatie van de Krim: gebiedsuitbreiding. Terugduwen vergt echter veel meer politieke eensgezindheid dan de EU tot nu toe getoond heeft. Momenteel kan China er zeker van kan zijn altijd minstens één lidstaat in zijn zak te hebben, die als gewillig instrument de Europese besluitvorming zal verlammen.

Bondgenoten aan boord houden

Terugduwen is echter niet hetzelfde als escaleren. Andere machten, en met name de VS, kunnen reageren door regelmatig marineschepen door de Zuid-Chinese Zee te sturen, maar ook door economische sancties af te kondigen. De VS schept echter verwarring, omdat het zo ver gaat in zijn economische maatregelen dat het de indruk creëert dat de toename van China’s economische macht op zichzelf ook een rode lijn overschrijdt. Zo’n strategie kan alleen maar tot immer meer spanningen leiden. Het zal ook moeilijk worden voor de VS om al zijn bondgenoten aan boord te houden. Hun economieën zijn veel te innig verweven met de Chinese om ook maar te overwegen zich los te koppelen van China – wat overigens ook geldt voor de Amerikaanse economie zelf.

De gesofisticeerde strategie die de EU voorstaat heeft met andere woorden veel meer kans op slagen. De puzzelstukken van deze Europese China-strategie vallen langzamerhand op hun plaats. Nu binnenkort een nieuw EU-leiderschap aantreedt, is het zaak om wat al beslist werd consequent door te trekken in alle dimensies van het Europees beleid, intern zowel als extern.

Prof. Dr. Sven Biscop doceert aan de Universiteit Gent en leidt het programma “Europa in de wereld” aan het Egmont – Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen in Brussel. In januari 2019 publiceerde hij het boek European Strategy in the 21st Century.